Vlaamse RSZ-korting voor ouderen: 58 jaar sinds 2020

Op 1 januari 2020 werd in Vlaanderen de leeftijd van de doelgroepvermindering voor de aanwerving van een ‘oudere’ opgetrokken van 55 jaar tot 58 jaar. Toch hoeft dit niet noodzakelijk te betekenen dat u voor iemand van bv. 56 jaar helemaal geen vermindering meer zou kunnen krijgen. Hoe zit dit in elkaar?

De Vlaamse vermindering voor ouderen

  • Voor de zittende werknemer
    Een eerste RSZ-vermindering m.b.t. ouderen voor Vlaamse werkgevers (die niet tot de social profit behoren) is de vermindering voor de zgn. zittende oudere werknemer, lees: iemand die al langer in dienst is en op een bepaald moment de vereiste leeftijd bereikt. Tot eind 2019 was die leeftijd 55 jaar. De vermindering betreft hier een forfaitair bedrag van € 600 per kwartaal (t.e.m. de leeftijd van 59 jaar) en van € 1.500 per kwartaal (vanaf 60 jaar tot aan de pensioenleeftijd). Deze bedragen gelden voor een voltijdse tewerkstelling; voor deeltijdsen worden ze geprorateerd conform de arbeidsduur.
  • Voor de aanwerving van een oudere.
    Een tweede systeem betreft de aanwerving van een ‘nieuwe’ oudere. Tot eind 2019 begreep men daar ook minstens 55 jaar onder. Voor zo’n aanwerving krijgt u gedurende acht kwartalen (kwartaal van aanwerving plus de zeven volgende) een volledige vrijstelling van de patronale (basis)bijdragen (van 25%). Na afloop van het achtste kwartaal komt deze persoon dan in het eerste systeem terecht.
  • Wel een loonvoorwaarde.
    Spijtig genoeg komen niet alle ouderen in aanmerking voor deze verminderingen. Zo mag hun brutoloon een grensbedrag niet overschrijden. Het gaat om € 13.945 per kwartaal (dus zo’n € 4.648 per maand); voor het vierde kwartaal stijgt dit bedrag tot € 18.545, zodat u de vermindering niet zou verliezen wegens het feit dat u dan de eindejaarspremie moet uitbetalen.
  • Extra voorwaarde bij aanwerving.
    De tijdelijke vrijstelling van basisbijdragen geldt bovendien alleen als de oudere een zgn. niet-werkende werkzoekende is. Dit betekent niet noodzakelijk dat hij/zij iemand moet zijn die werkloosheidsuitkeringen ontvangt, maar hij/zij moet zich wel (de dag na uitdiensttreding bij de huidige werkgever) eerst als werkzoekende inschrijven vóór hij/zij naar u komt.

Van 55 naar 58 jaar in 2020

  • Nieuwe leeftijdsvoorwaarde.
    De Vlaamse regering heeft op 1 januari 2020 de vereiste leeftijd om van een oudere te kunnen spreken, verhoogd tot 58 jaar (Programmadecreet bij de begroting van 20.12.2019, BS van 30.12.2019) . Aan de loon- en werkzoekendevoorwaarde werd niets gewijzigd.
  • Gevolgen voor nieuwe aanwervingen?
    Werft u een oudere aan na 1 januari 2020, dan moet hij/zij al minstens 58 jaar zijn om voor de tijdelijke volledige vrijstelling van basisbijdragen in aanmerking te komen. Na afloop van de acht kwartalen in dit systeem geldt dan het forfaitair systeem.
  • Overgangsmaatregel voor 55-plussers.
    In extremis werd er aan het decreet nog een maatregel toegevoegd, die ervoor zorgt dat u eventueel toch ook nog iets kunt krijgen als uw nieuwe aanwerving al minstens 55 jaar, maar nog geen 58 jaar oud is. Hij/zij geeft dan nl. recht op het forfait van de zittende werknemer (€ 600 per kwartaal) op voorwaarde dat hij/zij op 31 december 2019 al minstens 55 jaar was. Zo hoeft u dus niet te wachten tot hij/zij 58 jaar wordt vóór u iets zal krijgen.

Conclusie

De volledige vrijstelling van patronale (basis)bijdragen gedurende acht kwartalen geldt alleen als uw nieuwe aanwerving minstens 58 jaar is. Als hij/zij al minstens 55 jaar was op 31 december 2019, krijgt u echter nog altijd een forfait van € 600 per kwartaal tot wanneer hij/zij 58 jaar wordt en óók voor het nieuwe systeem in aanmerking komt.
(bron: tips-en-advies)

 

 

©HR2DAY 2019